Altijd hetzelfde liedje, ik doe de was, ben blij dat de wasmand leeggewassen is, ik draai me om en……… hij zit weer vol!
Ik heb net gedweild, drink tevreden een kopje koffie na al dat ploeteren, de deur zwaait open, en met een: “Hoi mam!” stapt onze dochter met vieze voeten mijn zojuist geschrobde vloertje op. Alsof dat nog niet erg genoeg is wordt de schooltas ergens in een hoek gesmeten en valt de jas vanaf de kapstok weer op de grond. Ik heb heerlijk gekookt (althans dat denk ik), de tafel is gezellig gedekt, iedereen gaat aan tafel zitten en met een kritische blik wordt er onder het deksel van de pan geloerd. “Nee hè, eten we al weer andijvie? Die groene drelletjes die erin zitten die lust ik niet hoor! Waarom eten we eigenlijk geen macaroni?”

Zit ik net even lekker op de bank, hoor ik een gemopper en gedoe. “Ma, waar zijn mijn schoenen? Ik leg ze altijd op de plank neer en nu liggen ze er ineens niet meer!” Alsof ik niet wat anders te doen heb dan van iedereen in de gaten te houden wie wat waar neerzet probeer ik mee te denken. “Denk eens goed na, waar ben je gisteren voor het laatst geweest? Liggen ze bij de trampoline? Heb je ze in de badkamer uitgedaan? Liggen ze niet gewoon toch op de plank? Liggen ze onder je bed? Liggen ze soms onder al je troep op je kamer?”
Das toch aardig zou je zeggen, maar alle tips worden met een: “Wat denk je dan, daar heb ik allang gekeken” van de hand gedaan. “En ma, trouwens, het is op mijn kamer helemaal niet zo’n puinhoop, moet je eens op de kamers van mijn vrienden kijken”.
Ik heb geen zin in trammelant dus hou ik wijselijk mijn mond en ga maar mee helpen zoeken. En ja hoor, wat ik al vermoed is waar. Die stomme schoenen liggen gewoon op de plank! Ik ruim snel de ravage die onze zoon tijdens zijn zoektocht heeft nagelaten op en plof weer op de bank.
Dan bedenk ik me:”Vanaf vandaag gaat het anders! Ik heb toch verdraaid nog eens aan toe geen sticker met Assepoester op mijn voorhoofd staan? Ik lijk wel een huishoudelijke hulp die niets anders doet dan de troep van een ander opruimen.” Ik maak een strijdplan voor mezelf en neem me voor vanaf vandaag geen troep meer op te ruimen. Kijken hoe lang het duurt voordat ons huis onbewoonbaar verklaard wordt.
Aan het einde van de dag komt zoonlief thuis. In zijn hand een cadeautje. “Hier, voor jou,” zegt hij en verbaasd pak ik het pakje uit. Een prachtig glas met een schitterend gedichtje erop: ‘Voor de liefste moeder’ inclusief geurkaars. Wow… wat ben ik daar blij mee!
Het glas wordt na tien keer het gedichtje te hebben gelezen op een zichtplekje in huis gezet. Gezellig nemen we met ons tweetjes de dag door en gek genoeg gaat het alleen over leuke dingen. Op een of andere manier ben ik alle troep en strijdplannen alweer vergeten. Ik kijk nog eens vanuit een ooghoek naar onze zoon en
voel me zo trots! Had ik me nu druk gemaakt om een beetje troep? Pffff dat heeft toch niks om het lijf?